Erwin de Wolf•5 jaar geleden InleidingAls bijdrage aan de Toekomstvisie van Noordwijk is door de werkgroep Noordwijk-Binnen Het Beloopbare Dorp[1] ingediend. Hier worden de ontwikkelingen in Noordwijk beschreven aan de hand van een korte economische geschiedenis. Zowel de opbouw als de latere verschraling komen hier aanbod. Voor de ontwikkelingen in de toekomst die onvermijdelijk op ons afkomen wordt in deze visie gesproken over Wijk-bv’s. In het concept Toekomstvisie is het mogelijk instellen van wijkorganisaties of wijk-bv’s, waarin kennisinstellingen, bedrijfsleven, inwoners en overheid samen komen, overgenomen. Als één van de schrijvers van Het Beloopbare Dorp, is mij gevraagd om het hoe en waarom van wijk-bv’s te verduidelijken. Een wijk-bv zie ik als een manier voor burgers om invloed uit te kunnen oefenen op hun eigen omgeving en actief(werkzaam) bezig te kunnen zijn in hun buurt. Maar waarom kiezen voor een bedrijfsvorm en niet primair voor bijvoorbeeld inspraakavonden, ronde tafelgesprekken e.d.? Dit heeft alles te maken dat het politieke en maatschappelijk landschap, de afgelopen 40 jaar, enorm is veranderd. De verzorgingsstaat was niet langer houdbaar en heeft plaats gemaakt voor een andere samenleving. Deze samenleving is niet in samenhang of met een voorop gezet plan tot stand gekomen. Het is een aaneenschakeling van toevallige coalities die op het juiste moment de juiste meerderheden te wisten te behalen op allerlei, in die tijd spelende actuele, onderwerpen[2]. Om te komen tot wijk-bv’s zijn in ieder geval onderstaande ontwikkelingen van belang geweest. Hieruit volgt dan logischerwijs het idee en positie van wijk-bv’s.1. Versplintering en bundelingVanaf de jaren tachtig verschuift de prioriteit van opeenvolgende regeringen echter naar het beheersbaar maken van de verzorgingsstaat. Vele hervormingen gingen gepaard met grootschalige bezuinigingen, privatiseringen, verzelfstandigingen en decentralisaties[3]. Inmiddels zijn er 300 zelfstandige bestuursorganen (zoals UWV, TNO, AFM, KVK, SVB), 30 agentschappen (zoals Rijkswaterstaat en Dienst Justitiële Inrichtingen) en 32 staatsdeelnemingen (zoals in Schiphol, NS, Gasunie)[4]. Elk heeft weer andere financiële (bezuinigings)targets, uitvoeringsbevoegdheden, mate van marktprikkels en stuurmechanisme waarbij de overheid in enige mate kan sturen op publiek belang mocht dit nodig zijn. Door de decentralisaties zijn ook weer diverse samenwerkingsverbanden ontstaan, omdat het vooral voor kleinere dorpen het niet haalbaar was om alle taken effectief en efficiënt uit te voeren. 2. Meer markt minder overheid. Niets doen, tenzij.Het idee was dat de markt efficiënter zou zijn en dus goedkoper dan de overheid. Begin 21ste eeuw is ‘De markt’ als ordeningsprincipe het uitgangspunt geworden. De overheid moest slechts eigendomsrechten garanderen en in touw komen als ‘marktfalen’ zich voordeed. De rol van de overheid in de economie werd daarbij negatief gedefinieerd: ‘niets doen, tenzij’[5].3. PreventieEen andere veranderende rol van de overheid werd ook in het begin van deze eeuw geïntroduceerd: ”Preventie”. In de klassieke verzorgingsstaat zijn overheidsinterventies bepaald door het recht. Geen interventie bij vermoedens vooraf, maar alleen bij zichtbare overtredingen achteraf. Een preventieve overheid kan met dit klassiek-juridisch instrumentarium onvoldoende uit de voeten.De regering wil delicten en huiselijk geweld, schulden, werkloosheid of een beroep op zware jeugdhulp vóór zijn. Daarmee verschoof de legitimatiebron van het optreden van de overheid. Niet het recht is langer het uitgangspunt maar het politieke en maatschappelijke streven[6]. De publieke sector voorziet zichzelf ervan om achter de voordeur te komen.Nu ontstaan twee paradoxen. Allereerst zou door de terugtredende overheid minder overheidsbemoeienis ontstaan door niets doen, tenzij maar door de goed bedoelde preventieprogramma’s en de vele uitvoeringsregelingen van bestuursorganen, ervaren mensen juist een enorme toename van controle en inbreuk. Te denken valt bijvoorbeeld aan alle administratieve handelingen in de gezondheidszorg om elke cent en uur te verantwoorden. Ook huishoudens moeten een perfecte administratie bij houden om niet ongekend onrecht aangedaan te worden. Uitkeringsgerechtigden krijgen zelfs strafkortingen voor de verkeerde kledingkeuze bij een sollicitatiegesprek, etc..De tweede paradox bestaat uit dat elke burger moet voldoen aan de, door de organen vastgestelde, huidige heersende norm maar is, in uitgangspunt, verantwoordelijk voor zichzelf en haar omgeving. Lukt het niet zelf dan kan een matrix van behoefte opgesteld worden aan de keukentafel. Samen met hulpvrager wordt vervolgens vastgesteld welke familie, buren, vrienden eventueel vrijwillige mantelzorgers kunnen worden. Ook kunnen kerken, verenigingen, eventueel werkgever en scholen, hier een rol in spelen[7]. Een leemte is ontstaan door enerzijds de individuele burger centraal te stellen in beleid die beroep moet doen op charitas terwijl de “buitenwereld” gebaseerd is op marktwerking en/of financiële targets. De plaatselijke overheid faciliteert een coördinerende rol om partijen samen te brengen. Het basis idee is één gezin, één plan, één regisseur. Aan de vraagzijde doen niet alle individuele burgers hier beroep op. Stille armoede, eenzaamheid en geweld bestaan achter de voordeur. Door de versplintering aan de aanbodzijde is geen zicht op wat er daadwerkelijk speelt. 4. Recht van de snelste[8] Nog steeds worden wijken gebouwd op basis van de Amerikaanse goederenstroom die als voorwaarde gesteld werd in het Marshallplan. Grote Rijkssnelwegen vertakt in smallere provinciale wegen tot aan een netwerk in steden en dorpen. Vanuit de goederenstroom lijkt het een logisch perspectief om doorstroming centraal te stellen. Gesteund en gepromoot door Veilig Verkeer Nederland en de ANWB werd ook de doorstroming van personenauto’s centraal gesteld. Zo veranderde de straat in ‘vehicular space’: voertuigruimte. De overheid begon het ook aan haar burgers te vertellen: wie te voet was, moest voor zijn eigen veiligheid aan de kant. Zo verschoof de verantwoordelijkheid voor de veiligheid naar de kwetsbare partijen. Voetgangers, spelende kinderen, fietsers. Het onafhankelijk adviesorgaan Crow geeft al jaren richtlijnen aan diverse overheden hoe de beste doorstroming kan plaatsvinden voor autoverkeer en hoe de kwetsbare partijen zich dienen te gedragen als zij buiten de deur stappen. Let wel, het zijn richtlijnen. Gemeente kan hier gewoon van afwijken.De toegepaste maatregelen worden constant geëvalueerd en de daaruit ontstane richtlijnen kunnen gekocht worden en in stedenbouwkundige ontwerpcomputerprogramma’s geladen worden. De routing staat centraal in het ontwerp en de overgebleven ruimte kan verder naar wens ingevuld worden voor woningbouw, plantsoenen en andere doeleinden.Al jaren is het Brewer effect bekend. Reistijd is de constante in vervoer niet de doorstroming. Hoe beter de doorstroming hoe verder weg mensen reizen. Ondanks het verbreden of aanleg van wegen lopen zij toch weer vol door dit effect. Ook het idee van snelfietspaden komt voort uit de basisgedachte van doorstroming.Door actiegroepen zoals “Stop de kindermoord” waren er bijvoorbeeld woonerven opgenomen in het Crow-model. Om vervolgens weer in 1995 eruit te verdwijnen. Ook heeft de fietsersbond invloed gehad op de Crow-modellen. In tegenstelling tot andere Europese landen zijn er relatief veel fietspaden in de publieke ruimte. Dit maakt Nederland uniek. Toch worden vandaag de dag nog steeds woonwijken ontworpen waar de doorstroming centraal staat en niet de burger. Ouders ervaren het als de veiligste manier, om met de auto kinderen weg te brengen naar school, crèche, speeltuin etc., omdat er altijd wel een onveilige weg overgestoken moet worden. Kinderen kunnen nauwelijks veilig op straat spelen/ravotten. Ouderen worden beperkt in hun bewegingsvrijheid en fietsers geven aan liever iets om te rijden dan naast een snelweg te rijden.Hoe gaan we zo direct om met de nieuwe Europese richtlijn om tot nul verkeersslachtoffers te komen? Blijven we de routing centraal stellen en worden de kwetsbare groepen nog meer “beschermd” c.q. beperkt? Of gaan we richting burgers centraal stellen en dat auto’s te gast zijn in bijvoorbeeld een wijk of dorp?5. Richting toekomstZoals te lezen is in het Beloopbare Dorp zijn de laatste decennia de dorpen verschraald. Ontmoetingsplekken, voorzieningen en bedrijvigheid verdwijnen uit de wijk. Op straat spelen of uitrusten is er niet meer bij. Daarmee zijn wijken geworden tot een opeenstapeling van wooneenheden waar je naar je voordeur toe reist of er vanaf. De cohesie is op zijn retour. Om die zelfde reden is bijvoorbeeld de Bijlmer een flop geworden[9]. Het ideaal van prachtige wooneenheden liggend in een park verloederde al gauw, omdat er niets te doen was in de buurt. Jongeren verveelden zich en hingen op straat, volwassenen zochten hun heil ergens anders, kinderen werden binnen gehouden en ouderen durfde de straat niet meer op. Het contact tussen inwoners ging niet verder dan de directe buren of mensen woonde in algehele anonimiteit. I.p.v. de kern van het probleem aan te pakken werden in eerste instantie de negatieve randverschijnselen aangepakt door politie, drugshulpverleners en jongerenwerkers in te zetten.Gelukkig is het nog niet zo ver in Noordwijk. Hoewel onlangs de aanpak in Boerenburg toch erg veel gelijkenissen vertoond. Noordwijk maakt met de huidig voorgestelde Toekomstvisie een stap in de goede richting. Initiatieven worden in de toekomst beoordeeld op Ja, mits als het bijdraagt aan het geluk van heel Noordwijk en niet langer op Nee, tenzij. Echter Niets doen, tenzij blijft economisch overeind omdat elk initiatief uit de samenleving moet komen en economisch rendabel. Dit is natuurlijk niet verwonderlijk met de koers van het algehele vermarkten van sectoren, de versplintering van overheidsorganen met financiële targets en beperkte sturing. Onlangs is gebleken in de kindertoeslagen affaire hoe kwetsbaar burgers (en ook overheid), zijn geworden. Mede door de verschuiving van het recht van de burger naar de heersende norm en foute interne communicatie op het niveau waar de diverse overheidsorganen dienen samen te komen, kon zelfs de gerechtelijke macht haar burgers niet meer beschermen[10].In de landelijke discussie, die binnenkort van start gaat, hoe deze weeffouten uit het systeem te halen, zal hopelijk ook de rol van de gemeente aan de orde komen. Zij kunnen via andere kanalen maatschappelijk- en sociaal onrecht en systeemfouten aan de orde stellen.Noordwijk neemt plaatselijk haar verantwoordelijkheden, bijvoorbeeld door het in zetten van sociale wijkteams, zoeken naar nieuwe vormen van participatie, het faciliteren van een eenduidige hulpinfrastructuur en met het maken van prestatie afspraken met maatschappelijke organisaties. De grote vraag blijft hierbij: Hoe kan je elke solitair bestaand huishouden verschanst achter de voordeur bereiken om signalen van maatschappelijk- en sociaal onrecht boven water te krijgen?Doelgroepen beleid lijkt ondoenlijk. De samenleving is zo divers geworden. Neem bijvoorbeeld werkeloosheid. Kom je in de bijstand dan wordt een tegenprestatie verwacht in de vorm van werkervaring opdoen. Wordt je werkloos vanuit een baan dan val je onder het werkgevers/werknemers regime en kan je omscholen of trainingen volgen naar een nieuwe baan. Wordt je als kleine zelfstandige werkloos dan moet je eerst je zuur verdiende centen opeten voordat je verplicht werkervaring moet opdoen vanuit het bijstandsregime. Zo is er ook een enorme diversiteit aan vrij besteedbaar inkomen en investeringsruimte per huishouden. Afhankelijk wanneer een woning betrokken is, kan de huur veel hoger zijn dan een hypotheek van soortgelijke woningen. Maar ook in vrijetijd bestaan enorme verschillen. Soms zijn drie banen nodig om je hoofd boven water te houden of gaat de vrijetijd merendeels op aan mantelzorg. De verschillen en de afbraak van cohesie is een voedingsbodem voor partijen die mensen met een andere achtergrond of Europa de schuld geven van de misère waarin zij of anderen zitten. We hebben dit echter zelf gekozen en toegelaten om Nederland op te delen en te vermarkten. Hoewel het vertrouwen in de politiek weer daalt[11] kunnen we gelukkig wel de problemen erkennen, nieuwe meerderheden proberen te halen en coalities sluiten voor mogelijke verbeter ideeën.De komende tijd krijgen we te maken met de energietransitie, hittestress en verdroging maar ook met plensbuien zonder dat de bodem dit op kan nemen. Ook sterven schrikbarend veel insecten uit. Zij bevruchten onze gewassen en planten. Zij voorzien ons, vogels e.a. dieren van zuurstof en voedsel. Al met al veel zaken die ook de wijken raken. Noordwijk is zich gedegen bewust dat zij de benodigde onafwendbare veranderingen niet zomaar van bovenaf kan opleggen. De inmiddels ingerichte samenleving op individuele huishoudens faalt hierin. Collectief kan het alleen als dit van onderaf georganiseerd worden tussen burgers en de markt. De overheid kan hier een faciliterende rol inspelen. Het GOM (Greenport Ontwikkelingsmaatschappij) is hier een mooi voorbeeld van voor het buitengebied. Het GOM heeft ingezien dat landbouw/bollengronden economisch rendabel moeten blijven om weerstand te kunnen bieden aan de expansie drift van de verstedelijking. Door uitruil en gezamenlijke afspraken kan zodoende de open bollenvelden blijven bestaan. Een ander voorbeeld is het onlangs opgerichte Economic Board Duin- en Bollenstreek (EBDB). Zij behelst het stimuleren van de driehoek tussen onderwijs, ondernemerschap en ruimte technologie op vier economische sectoren toerisme, zorg, bollen, space. Elk van deze voorbeelden heeft een duidelijk doel en taakomschrijving en afgebakende bevoegdheden. Op deze manier kunnen mogelijke wijk-bv’s ook opgezet worden om integraal wijken toekomstbestendig mogelijk te kunnen maken.Wijk-bv’sTwee belangrijke taken kunnen weggelegd zijn voor wijk-bv’s. Allereerst de cohesie in een wijk bevorderen door als ontmoetingsmotor[12] te gaan fungeren. Dit kan bijvoorbeeld om ontmoetingsplekken te creëren en te beheren. Elke wijk zal zijn eigen vorm hier voor moeten vinden. De ene wijk kiest misschien voor een semi openruimte (kan ’s-nachts afgesloten worden) met gezellige zitbankjes met een kraam in winkel concept. Kunstenaars en andere creatievellingen kunnen dan voor een bepaalde tijd een paar vierkantenmeter kraam huren om hun eigen maaksels te verkopen. Of het nu gaat om de breiclub die voor het goede doel producten haakt of een kunstenares met sieraden. Iedereen is welkom als het maar zelfgemaakt is. De verkoop is centraal geregeld zodat niet iedereen altijd aanwezig hoeft te zijn. Zo’n ruimte kan uitgebreid worden met ateliers/werkplaats of een multifunctionele ruimte voor bijvoorbeeld workshops, yogalessen etc. Het is niet bedoelt als club- of buurthuis in de oude zin maar als “spontane” ontmoetingsplek omdat er wat te beleven is. Een andere wijk kiest misschien voor buiten toestellen voor fitness in de wijk. Of beide verspreid gecombineerd.Een andere taak voor een wijk-bv kan zijn, participatie. De grote vraag is hoe kunnen we onze wijk toekomstbestendig en leefbaar houden en maken. Thema’s als energie opwekken, hittestress bestendigheid, waterafvoer, verdichting t.b.v. woningnood, integreren van natuur, functievermenging, auto’s te gast, overlast, eenzaamheid, zij kunnen niet los van elkaar gezien worden. Een integrale zienswijze is noodzakelijk. Het gaat hier niet over een lijstje wat wel en wat niet wenselijk is. Het zijn opgelegde kaders waar concrete oplossingen voor moeten worden aangedragen. De gemeentelijke- en regionale overheden stellen de kaders op. Wijk-bv’s gaan hiermee aan de slag. Zij betrekken zoveel mogelijk burgers, organisaties en bedrijven uit de wijk hierbij. Ze krijgen ondersteuning van ambtenaren en hebben budget om hun taken uit te voeren o.a. om andere deskundige en/of organisaties/marktpartijen te raadplegen. Als het ware participeert de samenleving in de wijk. Binnen een bepaald tijdsbestek wordt op zijn minst een contourennota verwacht per wijk hoe deze toekomstbestendig te maken. Ook kan dit natuurlijk aangevuld worden met concrete uitvoeringsideeën. Het college zorgt voor afstemming tussen de wijkplannen (als de wijken dit nog niet zelf hebben gedaan) en doet mede voorstellen voor mogelijke uitvoeringstaken voor wijk-bv’s. Uiteindelijk beslist de gemeenteraad.EpiloogDit plan heb ik geschreven achter mijn keukentafel en heb geen enkel overleg gehad met welke politieke partij dan ook. Sterker nog met niemand. Het is daarom spannend voor mij om dit zo te publiceren op een gemeentelijke website. Uiteraard moet aan het idee nog veel geschaafd worden. Kom met tips, geef valkuilen aan. Ik zal ze graag verwerken. Aan de andere kant is het vrij voor iedereen om dit idee te gebruiken. Hopelijk pakken meerdere partijen dit op om te bespreken met hun achterban en vervolgens (een variant) in te brengen in de gemeenteraad. Maar bovenal is het belangrijk om te weten of meerdere mensen bereid zijn om eventueel aan zo’n wijk-bv mee te willen doen, op welke manier dan ook. Like it of dislike it of denk mee. Want samen maken we Noordwijk.Download dit stuk in pdf-formaat [1] Het Beloopbare dorp, inbreng van de werkgroep Noordwijk-Binnen t.b.v. de Toekomstvisie van Noordwijk[2] Het Moeras van de verzorgingsstaat, UvA Press, 2009[3] Canon van Nederlandse politiek[4] Rijksoverheid.nl [5] Kabinet-Rutte laat marktwerking links liggen, UvA, 2010[6] Tijdig en doordacht, Over preventie bij maatschappelijke opgaven en de rol van gemeenten, VNG febr. 2019[7] Transformatieagenda 2017-2018 ISD[8] Recht van de snelste, naar Samenvattende bundel van onderzoekjournalistiek naar mobiliteit, Thalia Verkade e.a., Correspondent, nov 2020, [9] VPRO Tegenlicht, de geschiedenis van de Bijlmer, 2003[10] Ongekend onrecht, verslag parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvang toeslagcommissie, 2020 [11] CPB, Nederlanders pessimistischer over elkaar dan aan het begin van de coronacrisis, 28-12-2020[12] https://www.platformstad.nl/maak-van-publieke-ruimte-een-ontmoetingsmotor/